Mijn kind heeft geen of weinig vrienden

Mijn kind heeft geen of weinig vrienden

Vriendjes en vriendinnetjes, klasgenoten, hartsvrienden, buurjongens en buurmeisjes: deze leeftijdsgenootjes spelen een belangrijke rol in het leven van kinderen op de basisschool. Ze spelen samen, werken samen, doen elkaar na, maken ruzie en maken het weer goed. Iedere ouder gunt zijn/haar kind leuke sociale contacten. Maar wat doe je als jouw kind geen of weinig vrienden heeft en de aansluiting bij andere kinderen mist? Heb je hier als ouder invloed op en kun je jouw kind helpen vrienden te maken?

Wanneer beschouwen kinderen elkaar als vrienden?
Voordat we met kinderen kunnen praten over vriendschappen is het goed om te weten hoe zij hier zelf over denken. Totdat ze ongeveer negen jaar zijn vinden kinderen een vriend iemand die dezelfde dingen leuk vindt en veel samen met je doet en deelt. Kinderen kunnen op die manier onafscheidelijk zijn. Wat deze kinderen samenbrengt en houdt is vaak een gezamenlijke activiteit. Vanaf een jaar of tien verdiepen de vriendschappen zich. Ze geven dan ook raad bij problemen, troost bij verdriet en delen geheimen met elkaar. Deze intiemere vorm van vriendschap is pas mogelijk als kinderen zich tot een bepaald niveau hebben ontwikkeld en zich in elkaar kunnen inleven. Jonge kinderen beschouwen vriendschappen meer vanuit een eenzijdig oogpunt: hij is mijn vriend want hij vindt dezelfde dingen leuk als ik.

Ontwikkeling van sociale vaardigheden
Vanaf het moment dat kinderen naar school gaan, soms al eerder, krijgen ze dagelijks te maken met leeftijdsgenoten. Om goed te kunnen omgaan met anderen moeten kinderen leren sociaalvaardig te zijn. Ze leren onder andere contact te maken met elkaar, inleven in anderen, vragen of je mee mag doen, nee zeggen en voor zichzelf opkomen, ruzie maken, onderhandelen en problemen oplossen. Hoewel de meeste kinderen deze sociale vaardigheden op jonge leeftijd al gaandeweg leren door te oefenen en voorbeelden uit de omgeving is dat niet voor iedereen vanzelfsprekend. Uit onderzoek blijkt dat kinderen met leermoeilijkheden, hoog sensitieve kinderen en kinderen die gepest zijn/worden vaker moeite hebben met het maken en behouden van vrienden. Daarnaast hebben sommige kinderen meer moeite met sociale inzichten dan anderen.

Sociale problemen
Wanneer kinderen meer moeite hebben met sociale vaardigheden worden zij vaker afgewezen en buitengesloten door leeftijdgenoten. Terwijl populaire kinderen door hun sociale vaardigheden steeds meer sociale contacten kunnen opdoen en hun vaardigheden kunnen blijven ontwikkelen. Op de basisschool blijkt zo’n 4 tot 8% van de kinderen sociale problemen te hebben. Je kunt hierbij twee groepen kinderen onderscheiden. De eerste groep zijn de kinderen die zich terugtrekken en amper opvallen in de klas. Deze kinderen zijn vaak wat passief en angstig, komen niet zo goed voor zichzelf op en vinden het moeilijk om hun gevoelens te uiten. De tweede groep probeert wel contact te maken maar doet dit op de verkeerde manier. Deze kinderen houden weinig rekening met de rechten/wensen van anderen, maken snel ruzie, kunnen agressief zijn (verbaal of non-verbaal) en last hebben van woede-uitbarstingen, Bij beiden groepen hebben de kinderen vaak weinig vertrouwen in hun eigen sociale vaardigheden (steeds weer falen) waardoor ze een sociale angst kunnen ontwikkelen.

Op de basisschool blijkt zo’n 4 tot 8% van de kinderen sociale problemen te hebben.

Praten met je kind
Over eenzaamheid bij kinderen en tieners wordt niet veel geschreven en gesproken terwijl uit onderzoek blijkt dat 34% van de tieners zich weleens eenzaam voelen. Een kind kan verschillende contacten hebben en zich toch eenzaam voelen. Een populair kind met veel contacten hoeft niet per se een echte vriend of vriendin te hebben. Terwijl twee kinderen die buiten de groep vallen, als vrienden voldoende kunnen hebben aan elkaar. Focus dus niet te veel op de hoeveelheid vrienden die je kind heeft. Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit in dit geval.

Het is belangrijk om met je kind te praten over de omgang met leeftijdsgenootjes. Vraag je kind hoe hij/zij zich voelt bij het in jouw ogen gebrek aan vrienden. Probeer erachter te komen of het ‘sociale isolement’ waarin jouw kind zich bevindt een eigen keuze is of niet. Sommige kinderen hebben minder behoefte aan sociale contacten dan andere kinderen. Daarnaast kan een kind voldoende hebben aan de enkele sociale contacten in de klas, in de buurt of op de sportvereniging en daardoor minder behoefte hebben aan het spelen met anderen na schooltijd. Maak het niet te beladen, hiermee kun je jouw kind onzekerder maken. Wanneer jouw kind graag meer vrienden wil maar niet weet hoe kun je onderstaande tips toepassen.

Wat kun je als ouder doen?
–  Bespreek het probleem met school. Vraag aan de leerkracht hoe jouw kind op school om gaat met anderen. Wordt je kind buitengesloten, zondert hij/zij zichzelf af of maakt hij/zij op een onhandige manier contact? De leerkracht heeft gedurende een groot deel van de dag zicht op de sociale contacten en ervaringen die jouw kind opdoet. De juf of meester kan jouw kind stimuleren om contact te maken of helpen om dit op een meer handige manier aan te pakken. Daarnaast kan een juf of meester klassikaal en individueel aandacht besteden aan eventuele negatieve groepsprocessen als buitensluiten.

–  Geef je kind het goede voorbeeld als het gaat om sociale contacten en vaardigheden. Laat zien hoe jij contact maakt met anderen en conflicten oplost.

–  Observeer hoe jouw kind zich gedraagt in de omgang met anderen. Zo kun je zien wat het voor hem/haar zo lastig maakt en waar het eventueel ‘misgaat’.

–  Help je kind bij het contact maken en benaderen van andere kinderen. Maak een beginnetje en stimuleer je kind om het zelf (of samen) verder te doen. Je kunt het initiatief nemen om neefjes of nichtjes, buurjongens of buurmeisjes, kinderen van kennissen of schoolgenootjes bij jullie thuis uit te nodigen om te komen spelen.

–  Een (sport)vereniging is naast de schoolomgeving een belangrijke bron voor sociale contacten. Teamsporten zijn goed voor de sociale ontwikkeling en kunnen jouw kind helpen bij het aangaan van sociale contacten. Is jouw kind niet echt een type voor een teamsport? Dan is judo een goed alternatief. Het is een contactsport waarbij kinderen spelenderwijs en op een veilige manier met elkaar leren stoeien. Het is goed voor het zelfvertrouwen en weerbaarheid van je kind. Daarnaast leren ze er samenwerken. Je kunt ook kiezen voor een hobbyvereniging of andere club waar kinderen op zitten.

–  Heeft jouw kind ondanks bovenstaande tips moeite met sociale vaardigheden, is hij/zij erg onzeker, wordt hij/zij gepest of wil je hem/haar wat extra bieden? Kies dan voor een sociale vaardigheidstraining. Kinderen leren hier in groepsverband en op spelenderwijs om op een goede manier met elkaar om te gaan. Kijk voor het aanbod in jouw buurt op de website van het Centrum voor Jeugd en Gezin of neem contact op met de huisarts.